Kruidentuin
GOUD
‘Op weg naar de zon’, lees ik op de achterruit van de touringcar, die voor me rijdt.
Het is op het middaguur van tweede kerstdag. Een heldere, stralende en dus zonnige dag!
Weet u het nog? Tweede kerstdag 2008! Alweer zoveel minder stralende dagen geleden. Vanaf half mei, 140 dagen geleden, om precies te zijn!
Hoezo, náár de zon, denk ik meteen, als ik het opschrift lees. De zon is híér toch! Oh, díe zon, die warme altijd aanwezige ‘vakantiezon’. Dat is een andere dan de zon boven Eindhoven. Toch?
In de middag ben ik in mijn tuin op het Bokt, een recreatief tuincomplex, zoals dat tegenwoordig heet. Ik wilde het groenteafval van thuis naar de composthoop brengen. Ik zie mijn stoel heerlijk in de zon staan. Even in de zon zitten, de heg houdt de oostenwind tegen. Een lekker beschut plekje.
De ogen dicht en even de vrede van de kerstnacht proberen terug te halen en de drukte van het familiegebeuren op de middag en avond los te laten.
De zon schijnt op mijn gezicht en plotseling word ik me ervan bewust, dat als je de oogleden sluit, je ogen toch werken. Je blíjft kijken, maar dan tegen de binnenkant van je oogleden.
En ik zie kleur; lichtbruin met goud ertussen. Ik houd mijn ogen ontspannen dicht en blijf kijken. Langzaam wordt het bruin meer oranje met een gouden gloed er doorheen. Ik denk opeens aan goudsbloemen. De vele tinten van diep oranje naar goudgeel. Het is een zeldzaam mooie ervaring. Het doet me goed, te weten, dat deze gouden glans mijn ogen bedekt.
Goud, het kind in de kribbe kreeg ook goud van de koning. Het is kerstmis, ik krijg goud van míjn koning, de zon. Hier nú, op mijn stoel voor de composthoop!
Zeven jaar geleden heb ik in de ‘Kruidentuin’ ook over de goudsbloem geschreven. Mag het nu weer?
De goudsbloem opent met zijn gouden stralen zijn hart voor de zon. Als het een regendag wordt blijven de bloemen gesloten. Het openen voor de zon proberen de goudsbloemen haast alle seizoenen vol te houden. Alleen blijvende vorst kunnen ze niet verdragen. Als ze hun geur en stuifmeel hebben losgelaten, keren ze zich naar binnen en wordt alle energie gebruikt om het zaad te vormen en te laten rijpen. Pot Marigold’, de Engelse naam, ‘Ringelblume’ in het Duits en het Latijnse ‘calendula’, zijn heel verschillende benamingen voor de goudsbloem. De Duitse naam duidt op de zaden die zich als een ring aan de rand van het bloemhoofd vormen en naar binnen buigen. De gebogen zaden lijken bijna op insecten. Ze zijn groot en allemaal net even anders. Interessante zaden, die ook voor kinderen gemakkelijk te zaaien zijn. De kieming gaat snel, binnen een paar dagen en in enkele weken staat er een plant. Een pot met goud in de tuin of op het balkon (Pot Marigold!). Een gemakkelijke plant die haast op iedere grond gedijt.
De toepassing van de bloemen en bladeren is velerlei. Een salade wordt door de felgekleurde bloemblaadjes heel feestelijk! Ook de thee van de bloemblaadjes, aangevuld met bijvoorbeeld vlierbloesem, melisse en brandnetel, is vrolijk en werkt zuiverend. De bloemblaadjes zijn gemakkelijk te drogen op een dienblad op een warme en droge plaats en te bewaren in een gesloten pot. Dan hebt u ook een potje goud in huis!
Medisch worden de stoffen, die de plant bevat, zoals etherische oliën, bitter- en zeepstoffen, en salicylzuur, toegepast als middel bij ontstekingen en verbrandingen. De calendula olie, gewonnen uit de zaden, heeft goede eigenschappen als bind- en oplosmiddel van kleur- en lijmstoffen.
Een gouden plant, die al in de zestiende eeuw door de Alchemisten werd beschreven en gebruikt bij hun zoektocht naar het máken van goud.
Succes met deze schat in de tuin of op het balkon!
Margreet Voorhoeve
