Autisme is een ‘informatieverwerkingsstoornis’ die te maken heeft met het onvermogen om te plannen, het zich niet kunnen verplaatsen in anderen en een overmatige focus op details (GZ-psycholoog en psychotherapeut Alice Wolffenbuttel in ZorgZin 2011).
Binnen de muziektherapie zie je dit niet goed kunnen plannen terug in het eerst heel duidelijk willen weten wat er muzikaal gevraagd wordt om te doen; anders wordt er niet aan de opdracht begonnen. Eenmaal begonnen plant iemand met autisme dan zo eenvoudig mogelijk: door een of twee klanken te spelen en deze liefst te blijven herhalen.
Het zich niet kunnen verplaatsen in anderen zie je bijvoorbeeld terug in het niet aanpassen van eigen speltempo aan dat van de ander; of het niet opmerken van verschillen in tempo of dynamiek met de ander.
De overmatige focus op details zie je terug in de herhaling van gevonden kleine muzikale thema’s; het trapsgewijs omhoog of omlaag bewegen over de tonen; of juist alleen steeds een toon overslaan; alleen de zwarte toetsen spelen enz. Melodie is dan niet meer een verhaal dat verteld wordt, maar de systematiek bepaalt de melodie. De vrije improvisatie is een niet te nemen stap, een te grote wijdheid zonder enig houvast en wordt vermeden. Het zich uiten in beelden (regen spelen, vrolijk spel, wild water) wordt niet begrepen. Het letterlijk nemen van het beeld maakt dat het niet in de muziek kan worden omgezet. Natuurlijk zie ik ook vele verschillen tussen mensen met autisme, maar toch kun je deze algemeenheden in meer of mindere mate herkennen.
Wat is hier nu de uitdaging?
Allereerst een veilige basis creëren waarin gezocht kan worden naar andere manieren van omgaan met de dingen. Hoe schep je zelf deze veilige basis? Door maat en muzikale stroming bewust te beleven in het eigen lichaam, heb je deze veilige basis altijd bij je en kun je er in alle situaties op terug vallen. Je raakt je eigen vadergrond in jezelf. Dit is een oerbeleving, een ten diepste ik-ben-beleving. En als het goed is: ook een ik-ben-veilig-beleving.
In de volgende stap kun je gaan onderzoeken wat voor jou prettige muzikale oefeningen zijn; welke instrumenten, welke maatsoort, toonsoort, intervallen vind ik prettig en passen bij mij op dit moment. Deze nieuwe klanken samenvoegen tot een eigen melodie, al is die nog zo klein.
De eigen melodie of ritme, gezongen of gespeeld, kan nu herhaald worden en een nieuw houvast geven die gebaseerd is op goed voelen en niet alleen op systematisch begrijpen. Dan pas kan deze de ander ontmoeten en dan wordt deze eigen melodie een ostinaat, een duidelijke herhalende melodie voor de ander, die daarop vrij kan zingen of spelen. Het eerste samenspel ontstaat. Hoe voelt dit?
Daarna kan de muzikale binnenruimte van een kwint (bijvoorbeeld de d-a) al glijdend zingend onderzocht en ervaren worden. Alleen om erin te bewegen en de kleuren erin te onderzoeken; welke zijn warm, licht of donkerder? Nota bene: de kwint staat voor het eigen huis; dus ook jouw lichaam als eigen huis.
Op de piano met de ogen dicht bewegen is ook zo’n uitdaging bijvoorbeeld.
Het doel is uiteindelijk het oppakken van het eigen thema: grond vinden als veilige basis in mezelf. Een nieuwe weg vinden in hoe ik de wereld tot mij kan nemen en deze kan verwerken. Hierin zelf actief scheppend zijn en goed voor zichzelf zorgen.
Monique Schuurman Hess, muziektherapeute
