door Harry Scholberg
De lezing werd begonnen met een spreuk die Rudolf Steiner gemaakt heeft voor zijn levensgezellin, Marie Steiner. De spreuk werd geciteerd in de Nederlandse vertaling zoals die te vinden is in: ‘Gedichten, spreuken en meditaties’ van Rudolf Steiner.
In deze tijd op aarde
heeft de mens opnieuw
geestelijke inhoud nodig
voor de woorden die hij spreekt;
want ziel en geest behouden
gedurende de slaap, buiten het lichaam,
alleen dát van het gesproken woord,
wat duidt op het geestelijke.
Want slapende mensen moeten
tot verstandhouding met de aartsengelen komen.
Die nemen echter alleen geestelijke,
geen materiële inhoud van woorden op.
Ontbreekt de mens deze verstandhouding,
dan wordt hij beschadigd in zijn gehele wezen.
Voor de helderziende blik is het nu zo, dat de aarde bovenzinnelijk als het ware wordt omhuld door een zilverkleurige substantie die gevormd wordt door onze, op het geestelijke gerichte, intenties. De aartsengelen ontnemen hieraan wat zij als voeding van ons, mensen nodig hebben en vormen dit om tot een goudkleurige nevel die onze aarde als het ware bedauwt en vitaliseert. Dit is dezelfde nevel waardoorheen de ongeborenen zich begeven in de laatste fases van hun weg naar deze aarde.
Bij de bespreking van de eerste 21 levensjaren van de mens zal ik een indeling maken volgens de drie zevenjaars-periodes en ik zal deze periodes (ook al ligt driekoningen al even achter ons) karakteriseren aan de hand van de oerbeelden die zijn vervat in deze koningen die in de heilige schrift magoi (lett: magiërs; bedoeld wordt: priesterwijzen) worden genoemd. De gaven van de drie koningen aan het kindje Jezus: goud, wierook en mirrhe, verwijzen ieder naar een specifieke werkzaamheid in het menselijk organisme. Bedoeld wordt hier de werking van onderpool, ritmisch midden en bovenpool. Zoals ik zo dadelijk zal laten zien, correspondeert:
goud met het middengebied
wierook met de bovenpool
mirrhe met de onderpool
• periode van nul tot zeven jaar
Kaspar, de ‘groene’ koning, met een donkere huidskleur, die afkomstig is uit Saba (Sheba, destijds gelegen ten zuiden van het huidige Egypte) brengt de mirrhe, een bittere substantie, die gebruikt wordt om te balsemen en die je kunt ontmoeten via het proeven, hetgeen verwijst naar de onderpool. De consoliderende werking van de mirrhe correspondeert met het tegenspel bieden aan de krachten van rotting en verderf, waar de onderpool in ten onder zou gaan als niet zou worden ingegrepen vanuit het Ik. Dit is een thema dat met name in de eerste zeven levensjaren lijkt te spelen en dat bij een dysharmonie leidt tot lastige klachten zoals recidiverende keel-/oorontstekingen en bij falen leidt tot ernstige ziektebeelden zoals hersenvliesontsteking of nierfalen.
Cel en organisme
In het begin van de zwangerschap is er een explosieve vermeerdering van cellen. In dit cel-principe kunnen we de gestiek van het etherlichaam herkennen en wel in een zodanige vorm, dat het moederlichaam er snel aan ten gronde zou gaan als er niet een ander principe zou gaan werken… Vervolgens wordt vanuit de omhullende vliezen een differentiërend en structurerend vorm-principe werkzaam, waar we de dynamiek van het astraallichaam in kunnen herkennen.
De bovenpool is eigenlijk tussen geboorte en zevende levensjaar ‘afgebouwd’, waarna de etherkrachten vrij komen om gemetamorfoseerd te worden en ingezet voor de denkprocessen; een kind is nu ‘schoolrijp’.
Rond 3.5 jaar
Zoals we zullen gaan zien, heeft ieder van de besproken zevenjaarsperiodes zo ongeveer in het midden van die periode een karakteristiek punt. Voor de eerste periode is dat het punt rond het 3.5 levensjaar, dat vaak opvalt doordat kinderen dan voor het eerst echt en van harte IK kunnen gaan zeggen (ook al kennen ze tegenwoordig het woordje ‘ik’ dan al vaak veel langer …).
Je zou dit moment kunnen zien als een van de ‘ankerpunten’ van het IK in de loop van de biografie. Het Ik is een onstoffelijk principe, dat in die zin ook als het ware blijft staan op de ‘drempel’ van de huidige incarnatie. Op bedoelde cruciale momenten werkt het IK echter aan het tot stand komen van de zogenaamde Ik-organisatie, die als een soort van ambassadeur van het IK behulpzaam is bij alle processen van afstemming en integratie binnen het lichaam, zowel op het lichamelijke vlak als ook in psychische zin. Hetgeen je weer in staat stelt om als mens warm te lopen voor een goede zaak of om echte levenskeuzes te maken!
• periode van zeven tot veertien jaar
Melchior, de ‘rode’ koning, is afkomstig uit Mesopotamië, het tweestromenland tussen Eufraat en Tigris; hij schenkt het rode goud. Het goud ontmoet je via je hart, het middengebied. Dit goud, het koningsmetaal, zwaarder dan lood, brengt mensen op aarde en verleent door zijn glans en luister tegelijkertijd een terugblik naar onze kosmische oorsprong. Deze werking van het goud correspondeert met de activiteit van de oude koningen, waarvan Karel de Grote hier op aarde de laatste is geweest. Deze koningen waren mensen die door aanleg en scholing in zichzelf het vermogen hadden ontwikkeld om in rechtstreekse dialoog met de kosmos bovenzinnelijk waar te nemen, wat er op dat moment aan de orde was voor hun volk. Ook bezaten zij de macht om hun volk rechtstreeks in die richting te doen bewegen. Dit vermogen wordt gesymboliseerd in de koningskroon, die het beeld is van de (in het bovenzinnelijke) naar de kosmos geopende koningsschedel. Deze macht wordt tevens teruggezien in het Griekse woord voor koning, namelijk basileus. Dit woord hangt etymologisch samen met bainoo (doen gaan, dwz. in beweging zetten) en láos (het volk). Met andere woorden: een koning is iemand die zijn volk in beweging kan zetten, overeenkomstig de wetten van de kosmos.
De Rubicon
Vanuit de ontwikkeling van het kind bezien begint de periode van zeven tot veertien jaar met het ontstaan van het vermogen om (letterlijk!) je tanden te kunnen laten zien en je kiezen op mekaar te kunnen zetten. Net zoals bij het begin van het leven met het nulde levensjaar, het fysieke lichaam geboren wordt, zou je kunnen stellen, dat met het zevende levensjaar het etherlichaam wordt geboren. De etherkrachten die tot dan toe nodig waren voor de opbouw van het fysieke lichaam, komen nu vrij en kunnen worden gemetamorfoseerd (omgevormd) tot gedachtenkracht en het maken van innerlijke voorstellingen.
Tussen het negende en het tiende levensjaar sta je als mens (met Caesar) voor de Rubicon. Deze rivier vormde in 49 voor Christus de zuidgrens van Gallia Cisalpina, het territorium van Julius Caesar in Noord-ltalië. Caesar was destijds in een conflict met de regerende partijen verwikkeld. Hij besefte, dat hij – door deze rivier over te steken – in conflict zou raken met de senaat en een burgeroorlog zou veroorzaken. Onder het uitspreken van de gevleugelde woorden alea iacta est (“laat de dobbelsteen maar rollen”) ging hij zijn mannen voor en stak de brug over de Rubicon over.
Dan kom je even tot het besef, dat je – door deze drempel over te gaan – alleen komt te staan tegenover de wereld. Als je deze confrontatie als kind enthousiast aangaat, vind je in jezelf de kracht om op een nieuwe manier met je lichaam om te gaan (de zogenaamde ompoling) en op een nieuwe manier in de wereld te stappen, waardoor zelfs de confrontatie met de gevestigde orde niet fataal voor je zal worden! Deze fase wordt dan afgesloten met het rijpen van het fysieke vermogen om (via de seksualiteit) jouw eigenschappen door te geven aan een volgende generatie, al zal dit vermogen meestal pas na het doorlopen van de volgende fase voor genoemd doel worden gebruikt…
• periode van veertien tot 21 jaar
Balthasar, de ‘blauwe’ koning en tevens de oudste van de drie, is afkomstig uit het oude India, waar in de Veda’s de oudste, bekende menselijke geschriften ontstonden; hij biedt de wierook aan als geschenk voor het Jezuskind. Wierook ontmoet je via het ruiken, hetgeen verwijst naar de bovenpool. Olibanum, de Latijnse naam voor (kerk)wierook, verwijst hierbij naar de Libanon, de voornaamste leverancier van cederhout (een van de welriekende bestanddelen van wierook) in de Oudheid. De naam wierook is afgeleid van het Duitse woord Weih-rauch: dit verwijst naar de bekendste toepassing van wierook, namelijk het reinigen en verdrijven van ‘onreine’ entiteiten uit (gewijde) cultusruimten. Door deze ruimtes zo te reinigen maak je ze als het ware ‘objectief’ en ontvankelijk voor de processen die in de cultus plaatsvinden. Vanuit de biografie correspondeert dit weer met het jezelf ontvankelijk maken voor het waarnemen van je voorgeboortelijke voornemens, je idealen!
Eerste maanknoop
Analoog aan de geboorte van het etherlichaam rond het zevende jaar zou je rond het veertiende jaar kunnen spreken over de geboorte van het astraallichaam, waarbij de hiermee samenhangende krachten beschikbaar komen om je (in de puberteit die nu volgt) in je ziel uiteen te zetten met het krachtenspel van sym- en antipathie. Deze woelige fase waarin de ontmoetingsmens zich gaat vormen, die je in staat stelt om een ademende verhouding te vinden met de wereld en met jezelf, doet een sterk appel op ouders en opvoeders…
In deze gang naar de volwassenheid ontdekt de adolescent zijn wereld en sterkt zijn IK in het uittesten en zoeken van waarachtigheid in zijn omgeving. In deze dynamiek treedt dan de zogenaamde eerste maanknoop op, zo rond het 18de -19de levensjaar, een moment met een groot potentieel voor verandering. Het is vaak ook het moment waarop jonge mensen de ouderlijke woning voor langere tijd gaan verlaten om te gaan ontdekken wat er in de wereld voor hun te koop is. Ook een moment helaas waarop dit eerste vliegen op eigen wieken jammerlijk mislukt en jonge mensen in een psychose kunnen belanden …
Als beeld schets ik wel eens de trein die aankomt op het perron, terwijl aan de overkant van datzelfde perron al een andere trein klaarstaat met een bestemming die méér in overeenstemming is met je idealen. In feite hoef je alleen maar uit te stappen, het perron over te steken en in te stappen op weg naar je nieuwe, voorlopige bestemming!
Harry Scholberg, huisarts
