Echt?
De hal van het fitnesscentrum heeft een opknapbeurt gehad en er staat een mooi boeket in een vaas. De week erna staat het boeket nog steeds mooi te zijn. Er zit water in de vaas. Dus…!
Hoewel mijn ogen zeggen dat de bloemen echt zijn, laat het me niet los en ga ik twijfelen. Toch even voelen! En ja, de aanraking brengt de waarheid aan het licht. Wat mijn gezichtsvermogen niet klaarspeelt, brengt mijn tastzin wel voor elkaar.
Deze tastzin is het eerste zintuig dat we gebruiken wanneer we de wereld gaan verkennen in ons eerste levensjaar. Vooral met de vingers en de mond tasten we dan veel af. Op het eind van het leven is het ook de tastzin die het langst bij ons blijft. Wanneer zien, horen en spreken niet meer mogelijk zijn, geeft de aanraking, het strelen van hand of wang, nog een laatste contactmogelijkheid.
Dit geeft aan dat de tastzin ons belangrijkste zintuig en ook ons grootste zintuig is, want heel onze huid ademt en reageert.
In ons leven wordt de tastzin nogal eens gebruikt om de waarheid te achterhalen, want het voorbeeld van de vaas staat niet alleen. Wij mensen zijn erin geslaagd om op zeer vernuftige, geraffineerde wijze ‘namaak’ te creëren op velerlei gebied. Het plantenrijk nodigt ons kennelijk uit tot imitatie. En via het minerale rijk en onze genialiteit krijgen we dat voor elkaar. Geweldig!
Maar eigenlijk houden we ons zelf voor de gek. En de vraag is wat deze ‘namaakcultuur’ doet met onze zintuigen, ons voelen, denken en handelen? Maakt het ons gemakkelijk, slordig, ongeïnteresseerd, of juist niet? Heeft het afval dat overal slingert, hier iets mee van doen? Interessant om hierover na te denken!
Hmm ..!
Onze smaak wordt ook op een oneigenlijk spoor gezet door de kunstmatige toevoegingen in voeding. We denken aardbeien te proeven, want die glanzen ons toe op het potje of flesje. Onze smaak bereidt zich van binnen al voor, maar bij het nuttigen worden we gewaar dat het anders is dan we innerlijk ‘voorgeproefd’ hadden. Het proeven van een echte aardbei is toch wat anders dan een industrieproduct met suiker, kleurstof en conserveermiddel. Door het nuttigen van deze producten zwakt onze smaakzin af. En er zitten nog meer kwalijke kanten aan.
De BBC zond een programma uit dat heette: ‘The man who made us fat’.
Het veel voorkomende overgewicht werd daarin geweten aan de beslissingen die veertig jaar geleden in Amerika werden genomen. Als oplossing voor de groeiende maïsberg besloot de toenmalige minister van landbouw het overschot te verwerken tot glucose-fructose siroop. Een zoetmaker die sinds de jaren zeventig aan bijzonder veel voedingsmiddelen wordt toegevoegd. Een groot nadeel van de siroop is dat hij de werking verstoort van leptine, het hormoon dat de eetlust reguleert. Stoppen met eten wordt moeilijk.
Het lijkt me een alarmerend bericht en hopelijk wordt hierin iets ondernomen. Zelf hoeven we daar niet op te wachten, want we kunnen in plaats van ‘kant en klare’ producten, verse kopen en daarmee aan de slag gaan. Het gemak dient echter de mens en ook ons chronische gebrek aan tijd laat ons voor snelle producten kiezen. Maar helaas, onze gezondheid gaat er niet op vooruit en daar moeten we gezien de oplopende zorgkosten extra op gaan letten.
Margreet Voorhoeve
